ECLI:NL:HR:2000:AA9440
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Van der Putt-Lauwers
- raadsheer Fleers
- raadsheer Hammerstein
- raadsheer Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid terugvorderingsbesluit bijstand door gemeente Amsterdam
De zaak betreft een verzoek van de gemeente Amsterdam tot terugvordering van kosten van bijstand verleend aan verzoekster in de periode van september 1991 tot april 1993. Verzoekster had nagelaten de gemeente te informeren over inkomsten uit werkzaamheden en verblijf in Spanje, waarop de gemeente een besluit tot terugvordering nam op 23 augustus 1996.
Verzoekster betwistte in eerste aanleg en hoger beroep de rechtsgeldigheid van het terugvorderingsbesluit, stellende dat het besluit niet was toegezonden, niet met redenen was omkleed, noch het bedrag of de betalingstermijn vermeldde. Zowel de kantonrechter als de rechtbank oordeelden echter dat het besluit rechtsgeldig was genomen en dat het overgelegde extract voldoende bewijs vormde.
De Hoge Raad overweegt dat voor de periode van de terugvordering het oude artikel 61 van Pro de Algemene Bijstandswet van toepassing is, waarin slechts vereist is dat burgemeester en wethouders een besluit tot terugvordering nemen. De latere wettelijke vereisten uit artikel 86 ABW Pro en de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing zolang de terugvordering via de civiele rechter verloopt. Het beroep van verzoekster faalt dan ook en wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het terugvorderingsbesluit van de gemeente Amsterdam wordt als rechtsgeldig bevestigd.