ECLI:NL:HR:2000:ZD1689

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 februari 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
112596 E
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Davids
  • Koster
  • Balkema
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 SrArt. 4 Wet arbeid buitenlandse werknemersArt. 8 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling toepasselijkheid van Nederlandse strafwet bij overtreding Wet arbeid buitenlandse werknemers door buitenlandse vennootschap

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin een buitenlandse vennootschap werd veroordeeld voor zesvoudige overtreding van artikel 4 van Pro de Wet arbeid buitenlandse werknemers. Het hof had het vonnis van de Economische Politierechter vernietigd en de vennootschap veroordeeld tot zes geldboetes van vijfhonderd gulden.

De vennootschap stelde in cassatie dat artikel 2 van Pro het Wetboek van Strafrecht buiten toepassing moest blijven omdat de relatie van het feit tot de Nederlandse rechtsorde te gering zou zijn. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van dit middel, stellende dat artikel 2 Sr Pro slechts beperkt wordt door internationaalrechtelijke uitzonderingen die hier niet van toepassing zijn.

De Hoge Raad volgde deze lijn en verwierp het cassatieberoep. Er waren geen gronden aanwezig om de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen. Hiermee werd bevestigd dat de Nederlandse strafwet van toepassing is op de overtredingen gepleegd door de buitenlandse vennootschap, ondanks haar buitenlandse vestiging.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de buitenlandse vennootschap wordt verworpen en de veroordeling tot geldboetes blijft in stand.

Uitspraak

1 februari 2000
Strafkamer
nr. 112.596 E
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, Economische Kamer, van 24 september 1998 alsmede tegen alle op de terechtzitting van dit Hof gegeven beslissingen in de strafzaak tegen:
De Vennootschap naar vreemd recht [verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats] (Polen).
1. De bestreden einduitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Economische Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 15 augustus 1997 - de verdachte ter zake van "overtreding van een
voorschrift, gesteld bij artikel 4 van Pro de Wet arbeid buitenlandse werknemers, begaan door een rechtspersoon, zes maal gepleegd" veroordeeld tot zesmaal een geldboete van telkens vijfhonderd gulden.
1.2. Het verkorte arrest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr G.R. van der Plas, advocaat te Katwijk aan Zee, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
Het middel berust op de opvatting dat art. 2 Sr Pro buiten toepassing dient te blijven ingeval "de relatie van het feit tot de Nederlandse rechtsorde te gering is". Die opvatting is onjuist, nu de toepasselijkheid van art. 2 Sr Pro ingevolge art. 8 Sr Pro slechts
wordt beperkt door de in het volkenrecht erkende uitzonderingen en het in het middel bedoelde geval niet een zodanige uitzondering oplevert.
Het middel faalt dus.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Davids als voorzitter, en de raadsheren Koster en Balkema, in bijzijn van de waarnemend-griffier Hennekam, en uitgesproken op 1 februari 2000.