ECLI:NL:HR:2000:ZD1779

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 februari 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
332-99-V
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • vice-president Davids
  • raadsheer Van Erp
  • raadsheer Taalman Kip-Nieuwenkamp
  • raadsheer Aaftink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 62 RVV 1990Art. 68.1.c RVV 1990
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging administratieve sanctie wegens schending redelijke termijn bij niet stoppen voor rood licht

De betrokkene kreeg op 24 september 1996 een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht. Tegen deze beschikking stelde hij op 20 november 1996 beroep in bij de Officier van Justitie (OvJ).

De OvJ verklaarde het beroep op 23 september 1997 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, waarna de betrokkene op 30 oktober 1997 beroep instelde bij de Kantonrechter. De zitting vond plaats op 2 februari 1999, en op 16 februari 1999 verklaarde de Kantonrechter het beroep eveneens niet-ontvankelijk.

De Hoge Raad constateerde dat tussen het instellen van het beroep bij de OvJ en de beslissing daarop tien maanden waren verstreken, en tussen het beroep bij de Kantonrechter en de beslissing bijna veertien maanden. Zonder bijzondere omstandigheden die dit lange tijdsverloop rechtvaardigen, oordeelde de Hoge Raad dat het recht op een behandeling binnen een redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was geschonden. Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking, de beslissing van de OvJ en de beslissing van de Kantonrechter.

Uitkomst: De administratieve sanctie wegens niet stoppen voor rood licht wordt vernietigd wegens schending van het recht op een behandeling binnen een redelijke termijn.

Uitspraak

15 februari 2000
Strafkamer
nr. 332-99-V
CJIB 13432984
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen de beslissing van de Kantonrechter te Zaandam van 16 februari 1999 betreffende:
[betrokkene], wonende te
[woonplaats].
1. De beslissing van de Kantonrechter
De Kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de Officier van Justitie in het arrondissement Haarlem niet-ontvankelijk verklaard.
De beslissing van de Kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Geding in cassatie
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de Kantonrechter beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de bestreden beslissing
3.1. Bij inleidende beschikking van 24 september 1996 is aan de betrokkene een administratieve sanctie opgelegd ter zake van ‘’niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht’’. De betrokkene heeft op 20 november 1996 tegen deze beschikking bij de Officier van Justitie beroep ingesteld.
3.2. De Officier van Justitie heeft op 23 september 1997 de betrokkene in diens beroep op grond van termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard, waarna de betrokkene op 30 oktober 1997 bij de Kantonrechter in beroep is gegaan.
3.3. De behandeling ter terechtzitting van de Kantonrechter heeft op 2 februari 1999 plaatsgevonden. De Kantonrechter heeft het beroep op 16 februari 1999 niet-ontvankelijk verklaard.
3.4. Uit het onder 3.2 en 3.3 overwogene volgt dat tussen het tijdstip waarop de betrokkene beroep heeft ingesteld bij de Officier van Justitie onderscheidenlijk bij de Kantonrechter en de datum waarop daarop is beslist een periode van tien maanden onderscheidenlijk bijna veertien maanden is verlopen. Nu uit de stukken niet blijkt van bijzondere omstandigheden die dit lange tijdsverloop kunnen rechtvaardigen moet worden geoordeeld dat het recht van de betrokkene op behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is geschonden. Bedoelde termijn is zodanig overschreden dat de inleidende beschikking dient te worden vernietigd zodat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden beslissing;
Vernietigt de beslissing van de Officier van Justitie alsmede de beschikking waarbij onder CJIB nr 13432984 de administratieve sanctie opgelegd.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Davids als voorzitter, en de raadsheren Van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp en Aaftink, in bijzijn van de waarnemend-griffier Verboon, en uitgesproken op
15 februari 2000.