Uitspraak
[woonplaats], voor wie als gemachtigde optreedt
[gemachtigde], wonende te
[woonplaats].
4 april 2000.
Hoge Raad
In deze zaak betrof het een administratieve sanctie opgelegd aan betrokkene wegens het niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht, zoals bepaald in art. 62 en Pro 68.1.c RVV 1990. De kantonrechter wijzigde de gedragsomschrijving van 'niet stoppen voor rood licht' naar 'niet stoppen voor stopstreep waar dit verplicht is'.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat betrokkene na de stopstreep tot stilstand was gekomen, waardoor de oorspronkelijke gedragsomschrijving niet juist was. De Hoge Raad oordeelde dat de kantonrechter ten onrechte de gedragsomschrijving had gewijzigd, omdat uit de wetsartikelen volgt dat het niet stoppen voor rood licht gelijk staat aan het niet stoppen vóór de stopstreep.
De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van de beslissing waarin de gedragsomschrijving was gewijzigd, maar verwierp het beroep voor het overige. Tevens werd geoordeeld dat de verdediging van betrokkene niet was geschaad door de wijziging van de gedragsomschrijving door de kantonrechter.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de wijziging van de gedragsomschrijving door de kantonrechter en bevestigt de sanctie wegens niet stoppen voor rood licht.