ECLI:NL:HR:2001:AA9248
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- G.J. Zuurmond
- A.E. de Moor
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffing omzetbelasting over massagesalon ondanks strafbaarheidsaspecten
Belanghebbende exploiteert een massagesalon waar klanten massages ontvangen van dames die in de salon werkzaam zijn. De omzetbelasting werd door belanghebbende voldaan over het volledige bedrag dat klanten betaalden, zonder aftrek van de aan de dames betaalde bedragen. De Inspecteur weigerde teruggaaf van omzetbelasting, hetgeen door het Hof werd bevestigd.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende diensten verricht die belast zijn tegen het algemene tarief van 17,5%, omdat de vergoeding alles omvat wat aan de klant in rekening is gebracht. Het Hof verwierp het verweer dat sprake zou zijn van afzonderlijke overeenkomsten tussen klant en dames of een overeenkomst tot terbeschikkingstelling van kamers.
Hoewel de diensten volgens het Wetboek van Strafrecht strafbaar zijn, stelde het Hof vast dat deze niet worden vervolgd en dat de wetgever een opheffing van het bordeelverbod voorbereidt. Bovendien concurreren deze diensten met legale prostitutiediensten die wel aan omzetbelasting zijn onderworpen.
De Hoge Raad bevestigde dat de omzetbelasting terecht is geheven en dat het ontbreken van een volstrekt verbod binnen de Europese Unie op deze diensten meebrengt dat zij belastbaar zijn. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de omzetbelasting terecht is geheven over de door belanghebbende verrichte massagesalon-diensten.