ECLI:NL:HR:2001:AA9310
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- W.H. Heemskerk
- C.H.M. Jansen
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over onmiddellijke werking keuringsverbod pensioenvoorzieningen Wet op de medische keuringen
In deze zaak stond centraal of het keuringsverbod van artikel 4 lid 3 van Pro de Wet op de medische keuringen (WMK) onmiddellijke werking heeft en dus ook van toepassing is op lopende collectieve pensioenovereenkomsten die vóór de inwerkingtreding van de WMK zijn gesloten. Nationale Nederlanden (NN) had een werknemer, [eiser], verplicht tot een medische keuring als voorwaarde voor verzekering van pensioenaanspraken, op grond van een collectieve overeenkomst met Centrale Expertise Dienst B.V. (CED).
[Eiser] weigerde de keuring en beriep zich op het keuringsverbod van artikel 4 lid 3 WMK Pro, dat stelt dat geen keuring mag plaatsvinden voor deelneming aan pensioenvoorzieningen. De Rechtbank Rotterdam oordeelde dat het verbod geen onmiddellijke werking heeft en dat NN de keuring mocht verlangen. De Hoge Raad vernietigde dit vonnis en wees de vordering van NN af.
De Hoge Raad overwoog dat de WMK geen bijzondere overgangsbepalingen bevat en dat het keuringsverbod daarom onmiddellijke werking heeft, ook voor lopende contracten. De parlementaire geschiedenis en memorie van toelichting bevestigen dat het verbod op uitsluitingsclausules in lid 6 niet ziet op lopende contracten, maar dit betekent niet dat het keuringsverbod in lid 3 eveneens geen onmiddellijke werking heeft. De Hoge Raad concludeerde dat het keuringsverbod ook geldt voor bestaande collectieve pensioenovereenkomsten en dat NN niet gerechtigd is een medische keuring te verlangen van [eiser].
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de vordering van Nationale Nederlanden af en bevestigt dat het keuringsverbod van de Wet op de medische keuringen onmiddellijke werking heeft, ook voor lopende collectieve pensioenovereenkomsten.