ECLI:NL:HR:2001:AA9560
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vonnissen over loonbetaling na ontslag en ziekte
De zaak betreft een werknemer die na een periode van ziekte en een ontslag wegens werkvermindering vordering instelde tot feitelijke tewerkstelling en doorbetaling van loon. De werknemer had zich ziek gemeld, was hersteld verklaard, maar werd niet toegelaten tot het werk omdat hij inmiddels was ontslagen. De rechtbank wees de loonvorderingen grotendeels af en matigde het loon.
In hoger beroep oordeelde de rechtbank dat de arbeidsovereenkomst na het ontslag bleef voortbestaan en kende loon toe vanaf een later tijdstip dan het herstel. De Hoge Raad stelde vast dat de werknemer reeds op 24 maart 1995 had aangegeven bereid te zijn te werken, maar door de werkgever niet werd toegelaten. De Hoge Raad oordeelde dat de werknemer niet hoefde aan te tonen dat hij na herstel opnieuw zijn bereidheid kenbaar maakte, omdat de werkgever haar standpunt niet had gewijzigd.
De Hoge Raad vernietigde de vonnissen van de rechtbank en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. Tevens werd de werkgever veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vonnissen en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.