ECLI:NL:HR:2001:AA9563
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- C.H.M. Janssen
- H.A.M. Aaftink
- P.C. Kop
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Geen overgang van onderneming bij terugname voedingsdienst door Ebbe en Vloed
Eiser was sinds 1975 in dienst bij Ebbe en Vloed en werkte als kok. In 1989 werd de exploitatie van de voedingsdienst uitbesteed aan BRN, waarbij het personeel van BRN werd ingezet maar de kosten door Ebbe en Vloed werden gedragen. Eiser trad over naar BRN maar bleef werkzaam in de keuken van Ebbe en Vloed. In 1995 nam Ebbe en Vloed de voedingsdienst weer in eigen beheer en schakelde Geldershof in voor personele bezetting.
Eiser vorderde bij de kantonrechter tewerkstelling in zijn oude functie en betaling van salaris, stellende dat er sprake was van overgang van onderneming volgens het oude art. 7A:1639aa BW. Zowel de kantonrechter als de rechtbank wezen de vorderingen af. De rechtbank oordeelde dat eiser niet had bewezen dat BRN de voedingsdienst voor eigen rekening en risico dreef, een vereiste voor overgang van onderneming.
De Hoge Raad bevestigde dat de rechtbank geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en dat de bewijslastverdeling correct was toegepast. Ook werd geoordeeld dat het feit dat personeel van BRN later bij Geldershof werkte niet voldoende was om van overgang te spreken. Het beroep van eiser werd verworpen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat geen overgang van onderneming had plaatsgevonden, waardoor de vorderingen van eiser werden afgewezen.