ECLI:NL:HR:2001:AA9606
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.M.M. Orie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering ondanks verjaring volgens Nederlands recht
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Haarlem die de uitlevering van een opgeëiste persoon aan Duitsland toelaatbaar had verklaard ter strafvervolging. De verdediging stelde dat het recht tot strafvervolging volgens Nederlands recht was verjaard, waardoor uitlevering niet mogelijk zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de verjaring volgens Nederlands recht was ingetreden, maar dat op grond van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst de stuiting van de verjaring volgens het recht van de verzoekende staat (Duitsland) beslissend is. Volgens Duits recht was de verjaring op een later tijdstip gestuit, waardoor het recht tot vervolging nog niet was verjaard.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en vernietigde het vonnis uitsluitend voor zover de uitlevering was toegelaten voor een verkeerd omschreven feit, maar verklaarde de uitlevering toelaatbaar voor het juiste feit zoals omschreven in het Duitse Haftbefehl. Andere klachten van de verdediging werden verworpen. De uitlevering werd dus toegestaan ondanks de verjaring volgens Nederlands recht, omdat het Duitse recht bepalend is voor de stuiting van de verjaring.
Uitkomst: De uitlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland wordt toelaatbaar verklaard ondanks verjaring volgens Nederlands recht.