ECLI:NL:HR:2001:AA9663
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- W.H. Heemskerk
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- A. Hammerstein
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over normaal gebruik van merk MINIMAX en prejudiciële vragen aan HvJ EG
De zaak betreft een geschil tussen Ansul B.V. en Ajax Brandbeveiliging B.V. over het gebruik en de geldigheid van het woord-/beeldmerk MINIMAX binnen de Benelux. Ajax vorderde de vervallenverklaring en nietigverklaring van Ansuls merkrechten wegens non-gebruik en kwade trouw, terwijl Ansul zich verzet tegen het gebruik van het merk door Ajax.
De rechtbank wees de vorderingen van Ajax af en veroordeelde Ajax tot het staken van het gebruik van het merk. Het hof vernietigde dit vonnis en verklaarde het merk onder nummer 052713 vervallen wegens non-gebruik en het merk onder nummer 549146 nietig wegens kwade trouw. Ansul stelde cassatie in tegen dit arrest.
Centraal in de cassatie is de vraag of het gebruik van het merk door Ansul, bestaande uit het onderhouden, controleren, herijken, repareren en reviseren van brandblusapparaten en het aanbrengen van stickers met het merk, kan worden aangemerkt als normaal gebruik in de zin van de Benelux Merkenwet (BMW). Het hof had dit ontkennend beantwoord, waarbij het feit dat Ansul geen nieuwe brandblusapparaten onder het merk op de markt bracht, doorslaggevend was.
De Hoge Raad stelt de uitleg van 'normaal gebruik' in het licht van de Europese richtlijn 89/104/EEG centraal en verwijst prejudiciële vragen naar het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. De zaak is geschorst totdat het HvJ EG uitspraak doet over de interpretatie van normaal gebruik, met name of onderhoudsactiviteiten onder het merk als normaal gebruik kunnen worden beschouwd als er geen nieuwe waren worden verhandeld.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de uitleg van normaal gebruik van het merk MINIMAX.