ECLI:NL:HR:2001:AA9704
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- W.H. Heemskerk
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van schadevergoedingseis na hoger beroep en cassatie
Eiser heeft verweerder gedagvaard voor schadevergoeding, welke vordering door de Rechtbank Almelo bij vonnis van 9 maart 1994 werd afgewezen. Eiser stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem, dat na diverse tussenarresten en een deskundigenonderzoek het vonnis van de rechtbank bij eindarrest van 29 december 1998 bekrachtigde.
Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in, waarbij de Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen en eiser in de kosten te veroordelen. De Hoge Raad volgt dit advies en verwerpt het cassatieberoep. De Hoge Raad bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van de lagere instanties.
De Hoge Raad veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie, begroot op ƒ 632,20 aan voorschotten en ƒ 3.000,-- aan salaris. De uitspraak is gedaan door een kamer onder voorzitterschap van vice-president P. Neleman en raadsheren W.H. Heemskerk, A.E.M. van der Putt-Lauwers, J.B. Fleers en A. Hammerstein op 19 januari 2001.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.