ECLI:NL:HR:2001:AA9898
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- C.H.M. Jansen
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Verdeling aansprakelijkheid bodemverontreiniging na beëindiging huurovereenkomst bedrijfsterrein
In deze zaak vordert de eigenaar van een bedrijfsterrein, verweerder, schadevergoeding wegens bodemverontreiniging die verband houdt met de bedrijfsvoering van eiseres 1 c.s., die het terrein had gehuurd en het bedrijf voortzette. De rechtbank veroordeelde eiseres 1 c.s. tot betaling van een deel van de schade, waarbij zij aansprakelijkheid voor 30% van de schade toerekende. Het Hof Arnhem stelde de aansprakelijkheid gelijk op 50% voor zowel verweerder als eiseres 1.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof in zijn motivering tekort is geschoten door niet alle door de rechtbank genoemde milieugevaarlijke activiteiten van verweerder in de beoordeling van de aansprakelijkheidsverdeling te betrekken. Hierdoor is het arrest van het Hof niet toereikend gemotiveerd en wordt het vernietigd.
De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing. De Hoge Raad veroordeelt verweerder in de kosten van het cassatiegeding. De overige klachten in cassatie worden ongegrond verklaard omdat ze niet leiden tot beantwoording van relevante rechtsvragen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.