ECLI:NL:HR:2001:AB0168
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- P.J. van Amersfoort
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen overdrachtsbelasting bij economische eigendomsoverdracht volgens schriftelijke overeenkomst
Belanghebbende had een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd gekregen vanwege de verkrijging van de economische eigendom van een perceel bouwland. Deze aanslag werd gehandhaafd door de Inspecteur na bezwaar, maar het Gerechtshof vernietigde de aanslag en de uitspraak van de Inspecteur.
De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen cassatieberoep in. De kern van het geschil betrof de vraag of de verkrijging van de economische eigendom door belanghebbende het gevolg was van een reeds op 31 maart 1995 bestaande schriftelijke overeenkomst, waarbij de levering uiterlijk op 15 december 1995 zou plaatsvinden.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat belanghebbende partij was bij de overeenkomst van maart 1995 en dat de verkrijging van de economische eigendom het gevolg was van die overeenkomst. Hierdoor was geen overdrachtsbelasting verschuldigd. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt vernietigd.