ECLI:NL:HR:2001:AB0169
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E. de Moor
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak hof over naheffingsaanslag omzetbelasting en verwijst zaak terug
Belanghebbende, een vennootschap onder firma die administraties verzorgt, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 1994-1995 omdat zij geen omzetbelasting had voldaan over een vergoeding ontvangen van een assurantiekantoor gevestigd in hetzelfde pand. Het hof oordeelde dat belanghebbende prestaties had verricht door het ter beschikking stellen van een deel van het pand en haar cliëntenbestand aan het assurantiekantoor, en dat zij hierover omzetbelasting verschuldigd was.
Het hof verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat niet was aangetoond dat de vergoeding tijdens een eerder boekenonderzoek uitdrukkelijk was besproken. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof het vertrouwensbeginsel onjuist had toegepast, aangezien het niet vereist is dat een onderwerp daadwerkelijk is beoordeeld tijdens een boekenonderzoek, maar dat het voldoende is dat de belastingplichtige mocht aannemen dat dit het geval was.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het ter beschikking stellen van een deel van het pand niet als vrijgestelde verhuur van onroerende zaken moest worden beschouwd. Gezien deze onjuiste rechtsopvattingen vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling.
De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en gelastte vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van het vertrouwensbeginsel en juiste kwalificatie van prestaties.