ECLI:NL:HR:2001:AB0183
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- W.H. Heemskerk
- R. Herrmann
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat verplichte aansluiting bij bedrijfspensioenfonds PVH niet in strijd is met EG-verdrag
De zaak betreft een geschil tussen B.V. Maatschappij Drijvende Bokken en Stichting Pensioenfonds voor de Vervoer- en Havenbedrijven (PVH) over de verplichte aansluiting bij het bedrijfspensioenfonds PVH. Drijvende Bokken voerde aan dat haar werknemers niet werkzaam zijn in een havenbedrijf en dat verplichte deelname aan PVH in strijd is met het Europese mededingingsrecht.
De rechtbank oordeelde dat Drijvende Bokken wel onder de verplichte deelneming valt en verwierp het verweer dat deelname strijdig zou zijn met het EG-verdrag. De Hoge Raad stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJEG) over de vraag of PVH als onderneming in de zin van het EG-verdrag kan worden aangemerkt en over de toepassing van mededingingsregels.
Het HvJEG bevestigde dat PVH een onderneming is, maar dat verplichte aansluiting op een bedrijfspensioenfonds niet onder het kartelverbod van artikel 85 EG Pro-verdrag valt en dat de overheid een exclusief recht kan verlenen aan een pensioenfonds. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Drijvende Bokken en bevestigde dat verplichte deelname aan PVH rechtmatig is, waarbij de nationale rechter moet toetsen of het pensioenfonds zijn bevoegdheden niet willekeurig gebruikt.
De uitspraak benadrukt het belang van solidariteit binnen bedrijfspensioenfondsen en het monopolie dat nodig is om de levensvatbaarheid van het fonds te waarborgen. Tevens wordt bevestigd dat het Europese recht geen belemmering vormt voor verplichte aansluiting bij een bedrijfspensioenfonds zoals PVH.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de verplichte aansluiting van Drijvende Bokken bij het bedrijfspensioenfonds PVH.