ECLI:NL:HR:2001:AB0200
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- P.C. Kop
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring in cassatie wegens onvoldoende gemotiveerd middel inzake toepassing art. 429sexies WvS
In deze zaak vordert eiser in kort geding dat de Staat wordt verboden strafrechtelijke dwangmiddelen toe te passen, waaronder aanhouding en ontruiming van een perceel, zolang geen onherroepelijke strafrechtelijke uitspraak is gedaan. De rechtbank en het Gerechtshof Amsterdam wijzen deze vordering af. Het hof oordeelt dat art. 429sexies Wetboek van Strafvordering (WvS) ook van toepassing is op gebouwen zonder woonfunctie.
Eiser stelt in cassatie dat het hof ten onrechte deze uitleg heeft gegeven, maar het middel voldoet niet aan de motiveringseisen van art. 407 lid 2 Rv Pro omdat niet duidelijk wordt gemaakt waarom het oordeel onjuist zou zijn. De Hoge Raad oordeelt dat eiser daarom niet-ontvankelijk is in zijn beroep.
Hoewel de Staat verzoekt om een inhoudelijke uitspraak over de uitleg van art. 429sexies WvS, weigert de Hoge Raad dit obiter dictum te doen omdat dit het stelsel van art. 407 Rv Pro zou ondermijnen en de strafrechter primair bevoegd is voor die interpretatie.
De Hoge Raad veroordeelt eiser tot betaling van de proceskosten en bevestigt hiermee het arrest van het hof.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens onvoldoende gemotiveerd middel en veroordeeld in de proceskosten.