ECLI:NL:HR:2001:AB0281
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslag loonbelasting wegens onjuiste toepassing spaarloonregeling bij lijfrentepremies echtgenoot
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd over 1995-1996 vanwege onbelaste deblokkering van een spaarloonregeling voor lijfrentepremies die door de echtgenoot van een werknemer waren verschuldigd. Na bezwaar en beroep bij het Hof, dat de aanslag handhaafde, stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil was of de deblokkering van spaarloon onbelast kon plaatsvinden wanneer de lijfrentepremies niet door de werknemer zelf maar door diens echtgenoot waren verschuldigd. Het Hof oordeelde negatief, stellende dat de regeling alleen geldt voor premies verschuldigd door de werknemer.
De Hoge Raad oordeelde dat artikel 8, lid 1, van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen aldus moet worden uitgelegd dat ook premies voor lijfrenteverzekeringen die door de echtgenoot van de werknemer zijn afgesloten, onder de onbelaste deblokkering vallen. De wetsgeschiedenis en tekst ondersteunen deze ruime uitleg. De naheffingsaanslag werd vernietigd en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt vernietigd omdat de deblokkering van spaarloon ook mogelijk is voor lijfrentepremies verschuldigd door de echtgenoot van de werknemer.