ECLI:NL:HR:2001:AB0383
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- W.H. Heemskerk
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het verlies van de Nederlandse nationaliteit op grond van de Toescheidingsovereenkomst tussen Nederland en Suriname
Verzoekster, geboren in Suriname in 1943 met de Nederlandse nationaliteit bij geboorte, heeft bij haar geboorte de Nederlandse nationaliteit verkregen en deze behouden tot 1975. In 1983 vertrok zij naar Suriname en meldde zich daar aan bij het Centraal Bureau voor Burgerzaken. De Rechtbank stelde vast dat verzoekster tussen 1983 en 1985 woonplaats in Suriname had en de wil had haar woonplaats in Nederland prijs te geven, waardoor zij op grond van art. 5 lid 2 van Pro de Toescheidingsovereenkomst haar Nederlanderschap zou hebben verloren.
Verzoekster stelde meerdere middelen aan de orde in cassatie, waaronder dat zij geen Nederlandse van geboorte zou zijn, dat zij niet op de hoogte was gesteld van het onderzoek naar haar nationaliteit, en dat de Rechtbank onjuiste criteria hanteerde en onvoldoende motiveerde. De Hoge Raad verwierp deze middelen, omdat zij niet ontvankelijk waren of onvoldoende gegrond.
Daarnaast werd betwist of de Staat als partij in de procedure mocht optreden zonder procureur. De Hoge Raad bevestigde dat de Staat als belanghebbende kan optreden en zonder procureur producties kan indienen.
De Hoge Raad concludeerde dat de Rechtbank terecht had geoordeeld dat verzoekster haar woonplaats in Nederland had prijsgegeven en daarmee haar Nederlandse nationaliteit had verloren. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt verworpen en de beschikking dat zij de Nederlandse nationaliteit heeft verloren wordt bevestigd.