ECLI:NL:HR:2001:AB0511
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- A.E. de Moor
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging naheffingsaanslag omzetbelasting wegens ontbreken prestatie
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1992-1996, die na bezwaar werd gehandhaafd door de Inspecteur. Het Hof vernietigde deze aanslag en beperkte de aanslag tot een lager bedrag, oordelend dat geen relevante prestaties waren verricht die omzetbelasting rechtvaardigden.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad overwoog dat belanghebbende, die als ondernemer in de veehouderij actief is en aandeelhouder en directeur is van B B.V., geen fiscale eenheid vormt met B B.V. en dat de doorbetalingen aan belanghebbende vanuit de maatschap geen belastbare prestaties zijn.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat niet aannemelijk is dat belanghebbende prestaties verrichtte jegens B B.V. die omzetbelastingplichtig zijn. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd zoals door het Hof vastgesteld.