ECLI:NL:HR:2001:AB0512
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep op doorschuifregeling bij buitenlandse onzuivere inkomensbelasting
Belanghebbende, woonachtig in Nederland, werkte als scheepswerktuigkundige voor een Zwitserse werkgever op een Panamese vlaggend schip en kreeg voor de jaren 1992 tot en met 1995 inkomsten uit die dienstbetrekking. Voor de jaren 1992-1994 werd door de Inspecteur onterecht een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting verleend, terwijl belanghebbende in die jaren geen aftrek had gevraagd. Voor het jaar 1995 werd een aanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van f 85.090, later ambtshalve verminderd.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en ging in beroep bij het Hof, dat de ambtshalve vermindering handhaafde. In cassatie betoogde belanghebbende dat de Inspecteur door toepassing van artikel 3, lid 1, van het Besluit voorkoming dubbele belasting in eerdere jaren gehouden was ook in 1995 de doorschuifregeling van artikel 3, lid 3, toe te passen. De Hoge Raad oordeelde dat elke aanslag op zichzelf moet worden beoordeeld en dat het bedrag aan buitenlands onzuiver inkomen niet groter was dan het onzuivere inkomen, zodat geen doorschuifbedrag aan de orde was.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af. Hiermee werd bevestigd dat de Inspecteur niet gehouden was de doorschuifregeling toe te passen in 1995, ondanks eerdere toepassing van artikel 3, lid 1, in voorgaande jaren.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de doorschuifregeling niet van toepassing is.