ECLI:NL:HR:2001:AB0513
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E. de Moor
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen aftrek omzetbelasting op muntgeldverwerking en geldtelwerkzaamheden
Belanghebbende, een onderneming actief in geld- en waardetransport en aanverwante diensten, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 1991 tot en met 1994, inclusief een verhoging. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd maar bleef de naheffing gehandhaafd. De kern van het geschil betrof de vraag of de omzetbelasting op muntgeldverwerking en geldtelwerkzaamheden aftrekbaar was.
Het Hof oordeelde dat deze activiteiten vallen onder de vrijgestelde diensten van artikel 11, lid 1, aanhef en letter i, onder 1°, van de Wet op de omzetbelasting 1968, waardoor de voorbelasting daarop niet aftrekbaar is. Belanghebbende stelde dat de ruimten waar deze activiteiten plaatsvinden ook gebruikt worden voor opslag die belast is, en dat daarom een pro-rata aftrek van voorbelasting mogelijk moet zijn.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de ruimten mede worden gebruikt voor belaste opslagactiviteiten. Het oordeel van het Hof is feitelijk en niet onbegrijpelijk, en de klachten van belanghebbende leiden niet tot cassatie. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag met beperking van aftrek is bevestigd.