ECLI:NL:HR:2001:AB0515
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing landbouwvrijstelling bij verkoop landbouwgrond met toekomstig niet-agrarisch gebruik
Belanghebbende, exploitant van een melkveebedrijf, verkocht in 1995 een perceel landbouwgrond dat volgens het bestemmingsplan een agrarische bestemming had. De gemeente had echter plannen voor toekomstig niet-agrarisch gebruik en was niet bereid de grond voor agrarisch gebruik terug te verpachten.
Na handhaving van de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen door de inspecteur en bevestiging daarvan door het Hof, stelde belanghebbende cassatieberoep in tegen de afwijzing van de landbouwvrijstelling op het voordeel uit de verkoop.
Het Hof oordeelde dat redelijkerwijs te verwachten was dat de grond binnen zes jaar niet meer voor landbouw zou worden gebruikt, waardoor de vrijstelling niet van toepassing was. De Hoge Raad stelde vast dat het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk was en dat het Hof geen afzonderlijke motivering van alle bewijsmiddelen hoefde te geven.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de landbouwvrijstelling niet van toepassing is.