ECLI:NL:HR:2001:AB0697
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig handelen van ABN AMRO jegens obligatiehouders en aansprakelijkheid
Deze zaak betreft een geschil tussen ABN AMRO en obligatiehouders van DAF N.V. over onrechtmatig handelen en aansprakelijkheid. De obligatiehouders, vertegenwoordigd door NTM en [A B.V.], stelden dat ABN AMRO onrechtmatig heeft gehandeld door niet te voldoen aan de verplichtingen uit de trustakte en de administratievoorwaarden, wat heeft geleid tot schade.
De feiten betreffen de uitgifte van een obligatielening door DAF, de verstrekking van zekerheden aan Ofasec namens de FA-banken, en het faillissement van DAF en haar dochtermaatschappijen. NTM vorderde onder meer dat de obligatiehouders recht hadden op de opbrengst van zekerheden verstrekt aan Ofasec. ABN AMRO bestreed deze vorderingen.
De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof oordeelde anders en verwees de zaak voor nadere toelichting. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof in de vrijwaringszaak, oordeelde dat de grondslag van de vordering in vrijwaring was komen te vervallen, en verwees de zaak naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Tevens veroordeelde de Hoge Raad Ofasec in de kosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof in de vrijwaringszaak en verwijst de zaak naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.