ECLI:NL:HR:2001:AB0803
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- C.H.M. Jansen
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onverschuldigde betaling bij vervroegde aflossing gemeentelijke leningen onder ontbindende voorwaarde
De Woningstichting wenste hoogrentende rijksleningen vervroegd af te lossen en vroeg de Gemeente om een gemeentegarantie voor het aantrekken van leningen. De Gemeente stelde de garantie afhankelijk van de vervroegde aflossing van gemeentelijke leningen. De Woningstichting stemde hiermee in onder de ontbindende voorwaarde dat de aflossingsverplichting zou vervallen indien het stellen van deze voorwaarde onrechtmatig bleek.
De Woningstichting loste de gemeentelijke leningen af, maar stelde later dat deze voorwaarde in strijd was met de wet. De Gemeente weigerde terugbetaling en voerde onder meer verjaring en formele rechtskracht aan. De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de betaling onverschuldigd was en dat de Gemeente niet kon beroepen op formele rechtskracht.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen, overwegende dat de ontbindende voorwaarde rechtsgeldig was en de verjaring pas begon te lopen na de vervulling van deze voorwaarde. Het cassatieberoep van de Gemeente wordt verworpen en de Gemeente wordt veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de Gemeente en bevestigt dat de Woningstichting onverschuldigd heeft betaald.