ECLI:NL:HR:2001:AB0814
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- E.J. Numann
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over hernieuwde merkregistratie na doorhaling wegens soortnaamstatus
ISP bracht sinds eind 1983 het Chinese kruidenproduct CHIEN PU WAN in Nederland op de markt en was exclusieve vertegenwoordiger in Europa. BSP had diverse merken met de aanduiding CHIEN PU WAN gedeponeerd, maar deze werden door de Rechtbank Breda nietig verklaard wegens soortnaamstatus en gebrek aan onderscheidend vermogen. Het BMB had daarop het woordmerk doorgehaald.
ISP probeerde het woordmerk opnieuw te registreren, maar het BMB weigerde de inschrijving omdat het teken beschrijvend was en geen onderscheidend vermogen had. ISP stelde beroep in bij het Gerechtshof 's-Gravenhage, dat de weigering bevestigde. De Hoge Raad oordeelt dat het BMB niet zonder meer kan volstaan met het eerdere rechterlijke oordeel over de soortnaamstatus, maar zelfstandig moet onderzoeken of het merk inmiddels onderscheidend vermogen heeft verkregen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling. De beslissing omtrent de proceskosten wordt aangehouden in afwachting van een andere zaak. Hiermee wordt bevestigd dat het BMB en de rechter een eigen onderzoek moeten doen bij hernieuwde merkregistraties na doorhaling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.