ECLI:NL:HR:2001:AB0845
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.M.M. Orie
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vermindering hechtenis wegens overschrijding redelijke termijn in registratieplicht antiekhandelaar
De zaak betreft een antiekhandelaar die werd veroordeeld wegens het niet onverwijld aantekenen in een register van alle door hem gekochte goederen en de identiteitsgegevens van de verkopers, zoals voorgeschreven in art. 437 Sr Pro. De verdachte kocht veelal goederen zonder factuur, vooral in België en Frankrijk, en hield deze niet correct bij in zijn administratie.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het vonnis van de rechtbank, waarbij onder meer werd geklaagd over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro. De Hoge Raad oordeelde dat er een overschrijding van negen maanden was tussen het moment van het cassatieberoep en het ontvangen van de stukken, zonder dat bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigden.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis voor wat betreft de duur van de opgelegde hechtenis en verminderde deze tot 2 maanden en 3 weken. Het beroep werd voor het overige verworpen. Daarnaast werd geoordeeld dat de rechtbank terecht het Nederlandse strafrecht toepaste op de overtreding, ook voor goederen gekocht in Frankrijk, en dat de bewezenverklaring voldoende was gemotiveerd ondanks dat sommige bewijsmiddelen oordelen en gevolgtrekkingen bevatten.
De uitspraak benadrukt het belang van een redelijke termijn in strafzaken en bevestigt de toepassing van de registratieplicht voor handelaren in gebruikte goederen, ook bij aankopen in het buitenland.
Uitkomst: De hechtenis werd verminderd tot twee maanden en drie weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.