ECLI:NL:HR:2001:AB0904
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- P.C. Kop
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over doorbetaling loon bij onjuiste medische beoordeling arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een werknemer die loon vordert van zijn werkgever, de Rabobank, over de periode februari 1992 tot en met februari 1995. De werknemer stelt dat hij ten onrechte niet is toegelaten tot zijn werkzaamheden omdat de werkgever zich baseerde op een onjuiste medische beoordeling van de bedrijfsarts (GMD).
De Kantonrechter wees de vordering af, maar in hoger beroep werd de loonvordering deels toegewezen voor de periode vanaf september 1994 tot maart 1995. Voor de periode februari 1992 tot augustus 1994 werd de vordering afgewezen omdat de werkgever mocht vertrouwen op het oordeel van de GMD, mede omdat de werknemer zijn eigen geschiktheid niet medisch onderbouwde.
De Hoge Raad oordeelt dat de onjuiste medische beoordeling voor rekening van de werkgever komt als achteraf blijkt dat de werknemer niet arbeidsongeschikt was en zich bereid heeft verklaard te werken. Dit geldt ook als de werknemer zijn eigen visie niet medisch onderbouwt. De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de werkgever het loon moet doorbetalen bij een onjuiste medische beoordeling van arbeidsongeschiktheid en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof.