ECLI:NL:HR:2001:AB0983
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- D.H. Beukenhorst
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat goodwill geen stille reserve is bij belastingheffing over aandelenverkoop
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van twee besloten vennootschappen, verkocht in 1994 de aandelen van B BV aan A BV voor een koopsom van f 186.000,--, bestaande uit f 36.000,-- aandelenkapitaal en f 150.000,-- goodwill. De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op over het volledige bedrag, waarbij f 150.000,-- werd belast naar het bijzondere tarief van artikel 57, lid 2, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag ambtshalve verminderd door de Inspecteur, maar het Hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en stelde de aanslag vast op een belastbaar inkomen van f 135.544,--, waarbij het bedrag van f 150.000,-- aan goodwill niet werd belast als inkomen uit vermogen. De Staatssecretaris stelde hiertegen cassatieberoep in.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat alleen reserves, waaronder stille reserves, kunnen worden belast als inkomsten uit vermogen bij verkoop van aandelen, en dat goodwill niet als stille reserve kan worden aangemerkt. Het cassatieberoep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd dat goodwill niet als stille reserve kan worden belast.