ECLI:NL:HR:2001:AB0990
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek deelnemingskosten en vrijheid van vestiging in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een Nederlandse besloten vennootschap, maakte kosten in verband met deelnemingen in binnen de Europese Gemeenschap gevestigde buitenlandse vennootschappen. De Inspecteur weigerde deze kosten in aftrek te brengen omdat de deelnemingsvrijstelling alleen aftrek toestaat indien de kosten middellijk dienstbaar zijn aan in Nederland belastbare winst.
Het Hof bevestigde deze weigering en verwierp het standpunt van belanghebbende dat deze regeling in strijd is met het EG-Verdrag. De Hoge Raad stelt vast dat deze aftrekbeperking een belemmering kan vormen voor de vrijheid van vestiging, doordat zij een remmende invloed kan hebben op de keuze van een moedervennootschap om een dochtervennootschap buiten Nederland te vestigen.
De Hoge Raad onderzoekt of deze belemmering gerechtvaardigd kan zijn vanuit het oogpunt van het waarborgen van de samenhang van het belastingstelsel en constateert dat het Nederlandse systeem niet volledig coherent is. Gezien het ontbreken van voldoende aanknopingspunten in de rechtspraak van het HvJ EG verzoekt de Hoge Raad het HvJ EG om prejudiciële beantwoording van de vragen over de verenigbaarheid van de aftrekbeperking met het EG-recht.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en verzoekt het HvJ EG prejudiciële vragen over de aftrekbaarheid van deelnemingskosten en de vrijheid van vestiging.