ECLI:NL:HR:2001:AB0992
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bindende voorwaarden fiscale eenheid bij vennootschapsbelasting
Belanghebbende kreeg voor de jaren 1994 en 1995 aanslagen vennootschapsbelasting opgelegd die na bezwaar door de Inspecteur werden gehandhaafd. Tegen deze uitspraken werd beroep ingesteld bij het Hof Amsterdam, dat de beroepen ongegrond verklaarde. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende gebonden was aan de fiscale boekwaarde van activa binnen een fiscale eenheid, zoals vastgesteld bij de totstandkoming van die eenheid, ook indien die boekwaarde niet in overeenstemming zou zijn met wettelijke bepalingen. Het Hof oordeelde dat belanghebbende en haar dochtermaatschappij gebonden zijn aan de voorwaarden van de fiscale eenheid, waardoor afwaarderingen die door een andere dochtermaatschappij werden genomen ook bij belanghebbende tot uitdrukking moeten komen.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat de uitleg van de voorwaarden aan het Hof was voorbehouden en niet in cassatie kan worden getoetst. Het middel van belanghebbende faalt en de beroepen worden ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat belanghebbende gebonden is aan de voorwaarden van de fiscale eenheid.