ECLI:NL:HR:2001:AB1050
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst en vergoeding op grond van wijziging omstandigheden
Verzoeker heeft bij het Kantongerecht Amsterdam ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst met IFA geëist wegens aan IFA te verwijten wijziging van omstandigheden, met toekenning van een vergoeding van ƒ 98.027,84 bruto. De Kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst per 1 september 1999 en kende een vergoeding van ƒ 40.000 bruto toe. IFA ging hiertegen in hoger beroep bij de Rechtbank Amsterdam.
De Rechtbank vernietigde het vonnis voor zover het de vergoeding betrof en stelde deze vast op ƒ 30.000. Tevens oordeelde de Rechtbank dat de Kantonrechter het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden en bepaalde een datum voor voortzetting van de mondelinge behandeling. Verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen beide beschikkingen van de Rechtbank.
De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep tegen de tussenbeschikking te verwerpen en verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren in het beroep tegen de eindbeschikking. De Hoge Raad volgde dit advies, verwierp het beroep tegen de tussenbeschikking en verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk in het beroep tegen de eindbeschikking. De klachten tegen de eindbeschikking bevatten geen gronden om het rechtsmiddelenverbod te doorbreken.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep tegen de eindbeschikking en het beroep tegen de tussenbeschikking wordt verworpen.