ECLI:NL:HR:2001:AB1064
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- W.H. Heemskerk
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over kwalificatie huurovereenkomst opslagcentrum Dordrecht
Eind 1991 zijn partijen in onderhandeling getreden over de vestiging van een opslag-, overslag- en distributiecentrum voor calciumcarbonaatslurry op een terrein in Dordrecht. De onderhandelingen betroffen onder meer huur of koop van het terrein, investeringen en voorwaarden voor het project. In 1994 maakte OMYA bekend niet tot bouw over te gaan en in 1995 zag zij definitief af van samenwerking.
ZHD vorderde daarop schadevergoeding wegens het niet doorgaan van het project, waarbij zij aanvankelijk een bedrag van bijna 6 miljoen gulden eiste, later gewijzigd tot een voorschot op 3 miljoen gulden. De rechtbank wees de vordering af, en het hof verklaarde ZHD niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat de vordering betrekking zou hebben op huur van bedrijfsruimte en daarmee tot de kennisneming van de kantonrechter behoorde.
De Hoge Raad oordeelt echter dat de overeenkomst niet als huurovereenkomst kan worden aangemerkt maar een overeenkomst sui generis betreft, omdat het project ook investeringen en andere werkzaamheden omvatte. De kwalificatie van het hof is onbegrijpelijk en leidt tot vernietiging van het arrest. De zaak wordt verwezen naar het hof te Amsterdam voor verdere behandeling. OMYA wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam voor verdere behandeling.