ECLI:NL:HR:2001:AB1373
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kwalificatie toeslag als periodieke uitkering in inkomstenbelastingzaak
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd naar een belastbaar inkomen van f 51.477. Na bezwaar en beroep bij het Hof, dat de aanslag handhaafde, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de toeslag op grond van artikel 19 van Pro de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 kwalificeert als een periodieke uitkering van publiekrechtelijke aard in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. De door belanghebbende aangevoerde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep was irrelevant voor deze kwalificatie.
Verder stelde het Hof vast dat er geen landelijk goedkeurend beleid bestond bij de Belastingdienst ten tijde van een telefoongesprek over een vergelijkbare zaak, en dat er geen verkeerde indruk was gewekt bij belanghebbendes gemachtigde. Ook was er geen sprake van een coördinatieprobleem tussen verschillende eenheden van de Belastingdienst.
De Hoge Raad verwierp alle klachten en verklaarde het beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de kwalificatie van de toeslag als periodieke uitkering.