ECLI:NL:HR:2001:AB1567

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 mei 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02600/00
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • W.J.M. Davids
  • G.J.M. Corstens
  • A.A.M. Orie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wegenverkeerswet 1994Art. 378, tweede lid, SvArt. 1 Regeling aantekening mondeling vonnis 2 oktober 1996
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt vonnis politierechter wegens ontbreken bewijsmiddelen in proces-verbaal

De politierechter heeft de verdachte veroordeeld voor overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 tot een gevangenisstraf van twee weken en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden.

De verdachte stelde geen middelen van cassatie voor, maar de Advocaat-Generaal concludeerde dat het vonnis vernietigd moest worden omdat het proces-verbaal van de terechtzitting niet voldeed aan de wettelijke vereisten. Met name ontbrak de aantekening van de gebruikte bewijsmiddelen, terwijl dit volgens artikel 378, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering in verbinding met een ministeriële regeling verplicht is.

De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring daardoor niet met redenen omkleed was zoals de wet voorschrijft, waardoor het vonnis niet in stand kon blijven. De zaak werd vernietigd en terugverwezen naar de politierechter voor een nieuwe berechting en afdoening.

Uitkomst: Het vonnis van de politierechter is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

8 mei 2001
Strafkamer
nr. 02600/00
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Leeuwarden van 1 oktober 1999, parketnummer 17/300096-99, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
De Politierechter heeft de verdachte - voorzover in cassatie van belang - ter zake van 3. "overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot 2 weken hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 6 maanden.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak, voorzover aan zijn oordeel onderworpen, zal vernietigen en de zaak zal terugwijzen naar de Politierechter in de Rechtbank te Leeuwarden, teneinde in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De bestreden uitspraak is aangetekend in het proces-verbaal van de terechtzitting. Die aantekening bevat niet de gebezigde bewijsmiddelen. Opname daarvan is vereist volgens art. 378, tweede lid, Sv in verbinding met art. 1 van Pro de door de Minister gegeven Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, de kantonrechter en de enkelvoudige kamer voor de behandeling van strafzaken in hoger beroep van 2 oktober 1996 (Stcrt. 1996, 197). De bewezenverklaring is dus niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
4. Slotsom
Uit hetgeen hiervoor is overwogen vloeit voort dat de bestreden uitspraak, voorzover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen, niet in stand kan blijven en dat moet worden beslist als volgt.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden uitspraak, voorzover aan zijn oordeel onderworpen;
Wijst de zaak terug naar de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren
G.J.M. Corstens en A.A.M. Orie, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 8 mei 2001.