ECLI:NL:HR:2001:AB1698
Hoge Raad
- Cassatie
- C.H.M. Jansen
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken hoger beroep
In deze zaak heeft verweerster eiser gedagvaard voor het Kantongerecht te Lelystad met een vordering tot betaling van een geldbedrag, welke vordering door eiser is bestreden en beantwoord met een reconventionele vordering. De Kantonrechter heeft eiser veroordeeld tot betaling aan verweerster, terwijl de reconventionele vordering is afgewezen.
Eiser heeft tegen dit vonnis beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft echter vastgesteld dat eiser niet eerst hoger beroep heeft ingesteld bij de Rechtbank, hetgeen volgens de toepasselijke wettelijke bepalingen een vereiste is voordat cassatie kan worden ingesteld.
Op grond van artikel 38 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie in verbinding met artikel 253 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 96 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, moet eiser daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft eiser tevens veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, waarbij de kosten aan de zijde van verweerster zijn begroot op een bedrag van ƒ 3.632,20.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het ontbreken van hoger beroep.