ECLI:NL:HR:2001:AB1975
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Waarde exploitatievergunning behoort tot stakingswinst bij beëindiging onderneming
Belanghebbende exploiteerde tot begin 1994 een onderneming die zich richtte op de verkoop van motorbrandstoffen. In 1992 verkocht hij het pand dat tot het ondernemingsvermogen behoorde aan de gemeente, en verkreeg tegelijkertijd een perceel met een exploitatievergunning voor de verkoop van motorbrandstoffen. Deze vergunning en het perceel werden in 1994 verhuurd en geleverd, waarna de onderneming werd gestaakt.
Na een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1994, waarbij de Inspecteur de aanslag handhaafde, kwam belanghebbende in beroep bij het Hof. Het Hof oordeelde dat de waarde van de exploitatievergunning tot de stakingswinst behoort en verklaarde het beroep ongegrond.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat de waarde van de exploitatievergunning onderdeel is van de stakingswinst. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard, waarbij tevens werd vastgesteld dat geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de waarde van de exploitatievergunning wordt gerekend tot de stakingswinst.