ECLI:NL:HR:2001:AB2152
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waarderingsmethode onteigening bouwgrond en wijst beroep af
De gemeente Liesveld heeft eiser gedagvaard voor vervroegde onteigening van een perceel weiland, dat volgens het bestemmingsplan bestemd is voor bedrijfsdoeleinden. De Rechtbank heeft de onteigening uitgesproken en de schadeloosstelling vastgesteld. Eiser stelde in cassatie onder meer dat de deskundigen ten onrechte het onteigende als ruwe bouwgrond hebben gewaardeerd in plaats van als juridisch bouwrijpe grond, en dat de gebruikte vergelijkingsmethode niet geschikt was.
De Hoge Raad oordeelt dat de deskundigen terecht zijn uitgegaan van ruwe bouwgrond, omdat het onteigende deel uitmaakt van een groter te ontwikkelen geheel. De waarderingsmethode is niet wettelijk voorgeschreven, waardoor de deskundigen vrij zijn de meest geschikte methode te kiezen. De bezwaren van eiser worden verworpen omdat ze berusten op een onjuist uitgangspunt en onvoldoende gemotiveerd zijn.
Ook de proceskostenveroordeling wordt bevestigd. Eiser is veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, inclusief de eerdere cassatieprocedure, en de Hoge Raad wijst het beroep af. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2001.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de waardering en proceskostenveroordeling ten laste van eiser.