ECLI:NL:HR:2001:AB2176
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- A. Hammerstein
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E. Korthals Altes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onderzoek naar beleid en gang van zaken YVC Holding en YVC IJsselwerf
De Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam had op 21 oktober 1999 een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van YVC Holding B.V. en YVC IJsselwerf B.V., naar aanleiding van aanwijzingen dat YVC bewust zou aansturen op beëindiging van IJsselwerf, wat in strijd zou zijn met beginselen van behoorlijk ondernemerschap. Hierbij speelde onder meer de gegeven werkgelegenheidsgarantie na de overname van Wilton-Feijenoord en de aanvraag van surséance van betaling voor IJsselwerf een rol.
YVC stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking, stellende dat het bevel tot onderzoek onjuist en onvoldoende gemotiveerd was. De Hoge Raad oordeelt dat het instellen van een onderzoek op grond van art. 2:350 BW Pro slechts toewijsbaar is bij gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen. Het oordeel van de Ondernemingskamer hierover is een feitelijke waardering die in cassatie slechts beperkt kan worden getoetst.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de Ondernemingskamer terecht oordeelde dat er aanwijzingen waren voor twijfel aan het beleid van YVC, mede gezien de omstandigheden rond de afvloeiingsregeling en de surséance van betaling. De Hoge Raad benadrukt dat de Ondernemingskamer niet heeft geoordeeld over de rechtmatigheid van de surséance zelf, maar slechts over de vraag of het beleid twijfelachtig was. De kosten van het cassatiegeding worden aan YVC opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van YVC wordt verworpen en het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken wordt bevestigd.