ECLI:NL:HR:2001:AB2178
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- W.H. Heemskerk
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belang bij vordering tot verklaring voor recht inzake persoonlijke levenssfeer en ontbinding arbeidsovereenkomst
Eiseres heeft KLM gedagvaard met de vordering tot verklaring voor recht dat KLM haar persoonlijke levenssfeer heeft aangetast en daarmee in strijd heeft gehandeld met diverse wettelijke bepalingen. De Kantonrechter wees deze vordering af. De Rechtbank vernietigde dit vonnis en verklaarde eiseres vervolgens niet-ontvankelijk, omdat zij onvoldoende belang zou hebben bij haar vordering.
De kantonrechter had de arbeidsovereenkomst ontbonden op verzoek van KLM, met toekenning van een vergoeding aan eiseres. De Rechtbank oordeelde dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg was van de aan KLM verweten gedragingen uit 1992, maar van latere omstandigheden, waaronder het aanhangig maken van de procedure door eiseres in 1994 en het verwijt van KLM dat zij mededelingen deed over permanente observatie.
Eiseres stelde dat de Rechtbank ten onrechte haar belang beperkte tot het verband tussen de gedragingen en de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De Hoge Raad oordeelt echter dat de Rechtbank terecht heeft geoordeeld dat eiseres onvoldoende belang had bij haar vordering, aangezien het enige belang dat in cassatie relevant is het verkrijgen van schadevergoeding wegens inkomensverlies na ontbinding is, en dit verband ontbreekt.
Het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep van KLM wordt buiten behandeling gelaten omdat de daartoe gestelde voorwaarden niet zijn vervuld. De Hoge Raad verwerpt het principaal beroep van eiseres en veroordeelt haar in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen wegens onvoldoende belang bij haar vordering tot verklaring voor recht.