ECLI:NL:HR:2001:AB2435
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring en uitleg van pandrecht op vorderingen in faillissement Kuron Europe
De curator in het faillissement van Kuron Europe B.V. stelde dat de verpanding van vorderingen aan de bank nietig was omdat de faxbrieven die de verpanding moesten bewijzen niet voldeden aan de wettelijke vereisten voor een pandakte. De Rechtbank en het Gerechtshof hadden de vorderingen van de curator afgewezen en geoordeeld dat de bank de faxbrieven redelijkerwijs mocht beschouwen als tot verpanding bestemde akten.
De Hoge Raad oordeelde dat de eis van een onderhandse akte voor stil pandrecht niet vereist dat het origineel wordt geregistreerd; registratie van een faxkopie is voldoende. Ook is het niet noodzakelijk dat de akte een expliciete wilsverklaring tot verpanding bevat, zolang uit de akte en de omstandigheden kan worden afgeleid dat de akte tot verpanding bestemd is.
Verder verwierp de Hoge Raad het beroep van de curator dat de verpanding onverplicht zou zijn geschied na opschorting en opzegging van het krediet en dat de vestiging van pandrecht vernietigbaar zou zijn op grond van art. 47 Faillissementswet Pro. De Hoge Raad bevestigde dat de wettelijke uitzonderingen voor vernietigbaarheid strikt zijn en niet kunnen worden uitgebreid. Het beroep werd verworpen en de curator werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het beroep van de curator wordt verworpen en de verpanding van de vorderingen aan de bank is rechtsgeldig.