ECLI:NL:HR:2001:AB2596
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens te kwader trouw opgegeven woningwaarde
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 240.685. Later werd een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 250.643, gebaseerd op een hogere waarde van de eigen woning dan aanvankelijk opgegeven.
De woning, gekocht in 1971 door de echtgenote van belanghebbende, werd voor de belastingaangifte in 1993 gewaardeerd op 60% van ƒ 220.000, terwijl de werkelijke waarde in bewoonde staat ƒ 528.436 bedroeg. Het Hof bevestigde de navorderingsaanslag en oordeelde dat belanghebbende te kwader trouw was omdat hij bewust een te lage waarde had opgegeven.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof niet had vastgesteld dat hij wist van de hogere waarde en dat het Hof buiten de rechtsstrijd was getreden. Deze bezwaren faalden omdat het Hof aannemelijk had gemaakt dat belanghebbende zich bewust was van de werkelijke waarde en de uitleg van het Hof niet onbegrijpelijk was.
Verder werd aangevoerd dat de regel in artikel 16 lid 1 AWIR Pro dat een feit dat de inspecteur kende of redelijkerwijs had kunnen kennen niet tot navordering kan leiden tenzij sprake is van kwade trouw, niet geldt voor feiten van algemene bekendheid. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat ook voor dergelijke feiten de kwade trouw van de belastingplichtige bepalend is.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslag wegens te kwader trouw opgegeven woningwaarde.