ECLI:NL:HR:2001:AB2680
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens niet-hersteld verzuim in belastingzaak
Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch beroep in cassatie ingesteld inzake een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1994. De Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld het verzuim, dat bestond uit het niet voldoen aan het vereiste van artikel 6:5, lid 1, letter d, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken te herstellen. Deze termijn eindigde op 16 januari 2001, maar herstel van het verzuim heeft niet plaatsgevonden.
Hoewel belanghebbende in zijn conclusie van repliek alsnog de gronden van het beroep in cassatie vermeldde, oordeelt de Hoge Raad dat dit niet als herstel van het verzuim kan worden beschouwd. Ambtshalve ziet de Hoge Raad geen grond om het arrest van het hof te vernietigen. Gezien artikel 6:6 Awb Pro verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad acht geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2001.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-hersteld verzuim.