ECLI:NL:HR:2001:AB2927
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 1993
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd van ƒ 2.304.122. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het Gerechtshof Amsterdam verklaarde het beroep gegrond en vernietigde zowel de uitspraak van de Inspecteur als de navorderingsaanslag.
De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad volgde deze conclusie en verklaarde het beroep ongegrond.
De Hoge Raad oordeelde onder meer dat geen sprake was van het verschuiven van een stille reserve binnen de fiscale eenheid en dat de activa en passiva van de betrokken vennootschap niet op economische waarden hoefden te worden gesteld, omdat belanghebbende niet was opgehouden belastbare winst te genieten.
De Staatssecretaris werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, vastgesteld op ƒ 1420 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het arrest bevestigt daarmee de uitspraak van het hof en de vernietiging van de navorderingsaanslag.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën is ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 1993 is vernietigd.