ECLI:NL:HR:2001:AB3102
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep inzake aanwijzing Jeugdzorg Zeeland
De ouders verzochten de Rechtbank Middelburg om een schriftelijke aanwijzing van Jeugdzorg Zeeland, die hen verbood op eigen initiatief contact te zoeken met hun kinderen en pleegouders, geheel of gedeeltelijk te laten vervallen. De rechtbank wees dit verzoek bij beschikking af. De vader stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Jeugdzorg Zeeland verzocht de Hoge Raad de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn cassatieberoep, omdat op grond van de wet hoger beroep openstond en cassatie daardoor niet mogelijk was. De advocaat-generaal adviseerde eveneens tot niet-ontvankelijkverklaring.
De Hoge Raad oordeelde dat de vader inderdaad niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep omdat hij eerst hoger beroep had moeten instellen bij het gerechtshof. De vader kan binnen de appeltermijn alsnog hoger beroep instellen. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en verklaarde het niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De vader is niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep omdat eerst hoger beroep had moeten worden ingesteld.