ECLI:NL:HR:2001:AB3149
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing van oude en nieuwe art. 9.2 Sr bij dienstweigering militair
De zaak betreft een militair die werd veroordeeld wegens weigering om iedere dienst te verrichten, zoals bedoeld in art. 139 Wetboek Pro voor Militair Strafrecht. Het hof had de verdachte veroordeeld tot een geldboete, subsidiair hechtenis, en onbetaalde arbeid in plaats van gevangenisstraf. De Hoge Raad onderzocht of het hof terecht de gewijzigde versie van art. 9.2 Sr had toegepast bij de strafoplegging.
Bij wet van 21 december 1994 werd art. 9.2 Sr gewijzigd om de mogelijkheid te bieden een hoofdstraf te combineren met een andere straf, hetgeen voorheen niet was toegestaan behalve in wettelijk bepaalde gevallen. Deze wijziging trad in werking op 27 januari 1995. De Hoge Raad oordeelde dat omdat het bewezenverklaarde feit vóór deze datum was gepleegd, de oude versie van art. 9.2 Sr van toepassing was.
De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat betrekking had op de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting van de straf. Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen. De Hoge Raad benadrukte dat de wetswijziging niet was ingegeven door een veranderd inzicht in de strafwaardigheid van het feit, maar door de wens om straftoemetingsmogelijkheden te verruimen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.