ECLI:NL:HR:2001:AB3200
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering bij ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De betrokkene werd door het Hof veroordeeld tot betaling van een bedrag aan de Staat wegens ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, met subsidiair een hechtenisstraf. In cassatie werd aangevoerd dat het Hof onvoldoende gemotiveerd had of en in hoeverre rekening was gehouden met kosten van fl. 24.600,-- die de betrokkene had gemaakt ten behoeve van een derde, welke kosten volgens hem in mindering moesten worden gebracht op het voordeel.
De Hoge Raad oordeelde dat de wetgever de rechter grote vrijheid laat in het al dan niet en de mate waarin rekening wordt gehouden met kosten die in directe relatie staan tot het delict. Echter, indien gemotiveerd verweer met specificatie wordt gevoerd, moet de rechter in zijn uitspraak uitdrukkelijk motiveren waarom deze kosten niet of slechts gedeeltelijk in mindering worden gebracht.
Het Hof had niet duidelijk gemaakt of deze kosten als direct gerelateerd aan het delict werden beschouwd en hoe daarmee was omgegaan. Dit maakte de motivering ontoereikend. Daarnaast werd een onduidelijkheid over de redelijke termijn in de ontnemingsprocedure besproken, maar zonder voldoende motivering. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof te Leeuwarden voor hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting vanwege onvoldoende motivering over aftrekbare kosten.