ECLI:NL:HR:2001:AB3228

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 augustus 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
36484
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • G.J. Zuurmond
  • D.G. van Vliet
  • P. Lourens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vrijstelling belasting personenauto's en motorrijwielen

Belanghebbende verzocht om een vrijstelling van belasting op personenauto's en motorrijwielen, welke door de Inspecteur werd afgewezen. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur zijn beschikking. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de afwijzing bevestigde. Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd dat de douaneambtenaar toezeggingen had gedaan die recht gaven op de vrijstelling.

Het Hof nam mee dat de douaneambtenaar het gesprek had afgerond met de woorden 'we komen er wel uit', maar dit was onvoldoende om een toezegging aan te nemen. De Hoge Raad stelde vast dat het oordeel van het Hof over de feiten niet in cassatie kan worden getoetst en dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Hiermee blijft de afwijzing van de vrijstelling definitief in stand.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vrijstelling blijft in stand.

Uitspraak

Nr. 36.484
10 augustus 2001
JV
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 5 juli 2000, nr. 97/21489, betreffende na te melden beschikking van de Inspecteur.
1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof
Bij beschikking heeft de Inspecteur afwijzend beslist op belanghebbendes verzoek om een vrijstelling als bedoeld in artikel 2 van Pro het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992, welke beschikking, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Inspecteur bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende niet is geslaagd in het bewijs van zijn stelling dat hem de vrijstelling van artikel 2 of Pro 3 van het Uitvoeringsbesluit Belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 moet worden verleend op grond van aan door de douaneambtenaar C gedane uitlatingen te ontlenen vertrouwen. Het heeft hiermede tot uitdrukking gebracht dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat door C uitlatingen zijn gedaan welke zijn op te vatten als toezegging dat de vrijstelling zou worden verleend. Het Hof heeft bij dit oordeel de ter zitting door C afgelegde verklaring meegewogen, alsook de omstandigheid dat C het onderhoud met belanghebbende had afgerond met de woorden "we komen er wel uit" of woorden van dergelijke strekking. Het oordeel van het Hof geeft niet blijk van een onjuiste opvatting omtrent de gebondenheid van de Inspecteur aan uitlatingen van personen voor wie hij heeft in te staan en kan voor het overige, als van feitelijke aard, in cassatie niet op zijn juistheid worden onderzocht. Het behoefde ook geen nadere motivering. De klachten falen derhalve.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J. Zuurmond als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet en P. Lourens, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.M. van Hooff, en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2001.