ECLI:NL:HR:2001:AD3556
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aftrek reiskosten bij gedeeltelijk vervoer door inhoudingsplichtige
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 100.250. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd, waarbij het Hof oordeelde dat belanghebbende geen recht had op aftrek van reiskosten volgens artikel 8 van Pro de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 1990. Het Hof stelde dat de afstand waarover vervoer vanwege de inhoudingsplichtige plaatsvindt niet wordt meegerekend indien de bijdrage van de inhoudingsplichtige minder dan 70% van het reiskostenforfait bedraagt.
Belanghebbende voerde aan dat hij op grond van het gelijkheidsbeginsel recht had op aftrek, maar dit werd verworpen omdat hij zich vergeleek met belastingplichtigen die over het gehele traject vervoer van de inhoudingsplichtige ontvangen, terwijl hij slechts gedeeltelijk gebruikmaakt van dat vervoer. De kosten voor het gebruik en stallen van fietsen betreffen de resterende afstand en kunnen niet worden meegerekend bij de beoordeling van de 70%-grens.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Tevens wees de Hoge Raad proceskostenveroordeling af en stelde dat de tweede klacht geen nadere motivering behoeft omdat deze niet leidt tot rechtsontwikkeling of rechtseenheid.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd zonder aftrek van reiskosten voor het niet-vervoerde deel.