ECLI:NL:HR:2001:AD3630
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatie tegen inbewaringstelling bestuurder in faillissement
Bij vonnis van 12 april 2000 is [A] B.V. in staat van faillissement verklaard. De bestuurder van deze vennootschap, hier verzoeker genoemd, werd op voordracht van de rechter-commissaris in bewaring gesteld voor dertig dagen op grond van artikel 89 juncto Pro 105 Faillissementswet. De rechtbank te 's-Gravenhage heeft deze maatregel bevolen op 21 september 2000.
Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, dat bij beschikking van 28 november 2000 de inbewaringstelling bevestigde. Vervolgens richtte verzoeker zich tot de Hoge Raad met een beroep in cassatie tegen deze beschikking van het hof.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de klachten niet relevant waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen. De beschikking werd op 21 september 2001 door de Hoge Raad in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de bestuurder tegen de inbewaringstelling wordt verworpen.