ECLI:NL:HR:2001:AD3923
Hoge Raad
- Cassatie
- C.H.M. Jansen
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontslag op staande voet en salarisvordering in arbeidsgeschil
Eiseres heeft bij de Kantonrechter een verklaring voor recht gevorderd dat haar dienstverband op 16 oktober 1996 door ontslag op staande voet is geëindigd, en betaling van een bedrag aan salaris. Verweerder heeft dit bestreden en in reconventie salarisvorderingen ingediend. De Kantonrechter oordeelde deels in het voordeel van eiseres, maar de Rechtbank verklaarde verweerder niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen het tussenvonnis en vernietigde het eindvonnis. Vervolgens wees de Rechtbank de vordering van eiseres af en veroordeelde haar tot betaling aan verweerder van salaris en vakantietoeslag.
Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen.
Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee de afwijzing van het beroep en bekrachtigt het oordeel van de lagere rechter dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig was en dat eiseres niet gerechtigd is tot de door haar gevorderde bedragen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het ontslag op staande voet wordt bevestigd.